De Wolf en de zeven Geitjes
verhaal door Marij M. Sloothaak
tekeningen: Coos Storm
Er waren eens zeven geitjes. Ze woonden met hun moeder aan de rand van een groot
bos. Op een dag zei moeder:"Ik ga naar de stad boodschappen doen. Doe voor niemand
de deur open, alleen voor mij! Want de wolf loert op jullie!" "Ja mamaaaaa"
zeiden de geitjes verveeld. Maar moeder geit was nog niet weg, of er werd op
de deur geklopt. "Liefjes", klonk het, "doe eens open! Ik ben het, jullie lieve
moeder." Verschrikt keken de geitjes elkaar aan. "Nee hoor!" zei het jongste,
en slimste geitje. "Onze moeder heeft niet zoÕn lelijke stem. Bovendien zie
ik daar een zwarte harige poot. Jij bent de wolf, jokkebrok!" Mopperend liep
de wolf het bos in. Die snert slimme geitjes... Plots kreeg hij idee. Bij een
imker stal hij een pot honing en at die helemaal leeg. Opeens was zijn stem
zacht en zoet.
Daarna ging hij naar de bakker en stopte daar stiekem zijn poot in een grote zak met meel. Hij sloop weer naar het geitenhuisje... De geitjes waren hun derde potje ganzenbord aan het spelen toen er weer werd geklopt. "Let op!" zei het slimme geitje. "Dat is de wolf weer. Nou, we trappen er niet in hoor, met die zwarte harige poten van hem." "Lekkere boutjes, uhh, schatteboutjes!" zei de wolf met zijn door honing zoet geworden stem. "Hier is jullie moeder!" "Laat eerst je poot eerst maar eens zien!" zei het jonge, slimme geitje. De wolf toonde zijn witte meelpoot voor het raam. "Het is mam!" juichte het geitje. Vlug deed hij de deur open. Met een grom sprong de wolf naar binnen. In een paar happen vrat hij de geitjes ŽŽn voor ŽŽn op. Alleen het jongste geitje was hem te slim af: hij verstopte zich razendsnel in de grote klok. Toen besloot de wolf even een dutje te gaan doen. Die zes geitjes lagen hem toch wel zwaar op de maag. Even later kwam moeder geit binnen. "Dotjes!" riep ze. "Hier ben ik!" Het was stil. "Waar zijn mijn kindjes?" Langzaam ging het deurtje van de grote klok open. "Mam", piepte het kleine geitje. "Hier ben ik. Ze zijn allemaal opgegeten door de wolf!" "O nee", jammerde moeder geit. "Mijn schatteboutjes!" En samen jammerden en huilden ze dat het een lieve lust had. Tot ze plots verstoord werden door luid gesnurk. "De wolf!" zei moeder geit, "ik doe hem wat!" Ze sloop op hem af. Opeens zag ze iets trappelen in zijn buik. Haar kleintjes! Zouden ze nog leven? "Schaar en naald en draad! Vlug!" riep ze. Ze knipte een klein openingetje in de buik van de slapende wolf. En ja hoor! Uit de buik sprongen zes springlevende geitjes. Na heel wat knuffels zei moeder: "Nu stil!" Ze vulde de maag van de wolf met stenen en naaide hem weer dicht. "Nu snel naar binnen!" Weldra werd de wolf wakker. Hij had dorst. Hij strompelde naar de put om te drinken... en duikelde pardoes naar voren, in het water. Nooit hebben ze hem weer terug gezien. En de geitjes en hun mamma? Die leefden nog lang en gelukkig!