Een nacht
in het kabouterhuisje
verhaal door Marij M. Sloothaak
tekeningen: Coos Storm
Wist
je dat er mensen zijn die zeggen dat kabouters niet bestaan? Dat zijn domoren.
Onbenullen. Want kabouters bestaan wel. Vraag maar aan Rosa. Die kent een heleboel
kabouters. Kabouters zijn alleen nogal voorzichtig en laten ze zich niet zo
gauw zien. Maar Rosa kent alle geheime plekjes...en weet waar kabouters zich
schuil houden...
Als de zon
ondergaat, en het bos zich klaar maakt voor de nacht, dan is in
het kabouterhuisje een drukte van belang!
'Whouaah' geeuwt Mam kabouter. 'Heb ik even heerlijk gedroomd! Ik droomde dat we
op vakantie gingen. Ik vloog op de rug van een eend naar een ver, warm land.'
'Ik hou niet van vakantie!' moppert vader kabouter.
'Oh oh!' zegt moeder 'Stap jij eens met je andere been uit bed.
Dit is je verkeerde.'
Vader stapt dit keer met zijn goede been uit bed, en ja hoor, hij
voelt zich een stuk beter.
Moeder loopt van de slaapkamer naar het keukentje om water op te
zetten voor de thee. Miezemuis springt tegen haar op van
blijheid.
'Kinderen' roept moeder 'Jullie moeten Miezemuis
uitlaten.' 'Bleuhhh... doen de kinderen. 'Pas
op hoor!' zegt Moeder. 'Anders zoeken we een ander huis voor
Miezemuis!' Snel kleden de kinderen zich aan. Een ander huis voor
Miezemuis? Dat nooit!
Na het
ontbijt gaat Vader kabouter werken; vandaag gaat hij naar de
houtzagerij.
Mam is druk bezig met het wassen van een van Vaders
kaboutermutsen. En de kinderen spelen; ze wippen op de
paddestoelen in de tuin, en ze lezen een boekje voor de open
haard. En af en toe maken ze gezellig een beetje ruzie...
Tot, om 12
uur precies, Mam kabouter roept: 'jongens! Het is weer tijd voor
klokkijkles!
De kinderen vinden dit een van de leukste uurtjes van de dag. En
ze leren elke dag een beetje meer.
Om vijf
uur precies- dan staat de grote wijzer op de 12 en de kleine op
de 5- dan is het tijd voor het eten. Moeder kabouter staat voor
het fornuis in de keuken. 'Wat eten we vandaag, mam, roept de
tweeling altijd om precies 10 voor 5.
'Pannekoeken met vossebessen!' zegt mam dit keer.
'Hoi hoi hoi! roept de tweeling.
Na het eten trommelt pap kabouter tevreden op zijn buik.
'Het is tijd voor een glaasje kruidenbitter.' En hij dommelt een
beetje weg in zijn luie stoel.
Het wordt
al weer wat lichter buiten; de tweeling begint te knikkebollen.
En een beetje te gapen.
'Hé,' zegt Mam Kabouter 'Volgens mij zie ik daar slaapoogjes.'
'NEE HOOR!' roepen ze in koor, en ze doen hun oogjes wijd open.
'Maak dat de kat wijs!' grinnikt Mam Kabouter. 'Vooruit! Naar
bed!
Eerst nog een verhaaltje? vraagt het jongetje. Twee? zeurt het
meisje. 'Nou vooruit' zegt Mam. Zoek je lievelingsversje maar
vast uit.
Iedereen kruipt tevreden in bed. Het is gauw stil in het kabouterhuisje. Buiten raast de storm. De bladeren van de bomen zwiepen in het rond. En in het kabouterhuisje, hoor je, heel zachtjes, de ademhaling van vier slapende kabouters.