De kleine zeemeermin

 
verhaal door Marij M. Sloothaak
tekeningen: Coos Storm

De kleine zeemeermin, met haar ogen zo blauw als de diepste zee...
De kleine zeemeermin leefde met haar zusjes in de diepe, diepe oceaan.
Ze had een heerlijk leven. Toch was ze heel nieuwsgierig, naar de
mensenwereld boven water. Naar de bloemen, de vogels.
Op haar vijftiende verjaardag was het zover: ze mocht ze voor het eerst
naar de schepen kijken. Vlakbij, in het maanlicht lag een groot schip..
Elke keer als ze door de golven werd opgetild kon ze door het raam
naar binnen kijken.

Daar stond een jonge prins met grote zwarte ogen. Wat was hij mooi! En wat keek hij vriendelijk!
Plots stak er een felle wind op. De golven botsten tegen het schip. De bemanning was in rep en roer. Het schip kraakte en kreunde. Even was het doodstil. Toen brak het schip in tweeen...

Snel bedacht ze, dat mensen niet onder water kunnen zwemmen. Met één slag van haar staart was ze bij hem. Ze pakte zijn hoofd en hield het op haar borst. Voorzichtig zwom ze naar de kust. Ze legt de jonge prins op het zilveren zandstrand. Wat is hij mooi....vlug kust ze zijn lippen, en wipt terug in het water.

Vanaf deze tijd werd de eens zo vrolijke kleine zeermin heel treurig. Van alle waterbloemen zag ze de pracht niet meer. Vaak zwom ze terug naar het strand, zonder hem ooit te zien. Op een dag zwom ze kordaat naar de oude zeeheks.

"Hihihihihiiii" krijste de zeeheks. Ik zie het al! "Verliefd!"
"Help me heks", zei de zeemeermin
"Nou.." gniffelde de heks, "ik kan wel een drankje voor je maken waarmee je staart verandert in benen. Maar elke keer als dan je loopt is het net of er tien spelden prikken in je voetjes!"
"Ik doe het!" zei de zeemeermin. "Wat kost het?"
"Jij hebt de mooiste stem hier in zee, die wil ik hebben!"
"Maar hoe kan ik dan zeggen dat ik van hem hou?", vroeg de zeemeermin radeloos.
"Laat het hem voelen mijn kind!" gilt de heks.

De kleine zeemeermin slikt het drankje op het strand. En zie, haar vinnen veranderden in benen! Van schrik valt ze flauw. Die ochtend maakte de prins een wandeling langs het strand. Hier, op deze plek was hij gevonden. Hij had geluk gehad. De golven hadden hem naar het strand gevoerd. Maar toch, waarom droomde hij dan elke nacht van ogen zo blauw als de zee? De prins zuchtte eens diep. Hij keek langs de branding. Hé! Er lag een meisje aan de vloedlijn. Snel liep hij naar haar toe. Gelukkig, ze leefde nog. Ze keek hem aan. Die ogen! Het waren de ogen uit zijn droom. Blauw als de zee...

"Wie ben je? Waar kom je vandaan?" Met een gebaar duidde ze hem dat ze niet kon praten. "Dat geeft niet", zei de prins. "Op jou heb ik lang genoeg gewacht. Jij wordt mijn vrouw."
En zo gebeurde het. Op hun bruiloft liep de jonge bruid trots aan de arm van haar prins. 's Nachts zwaaide ze naar haar zeemeerminnenzusjes in de zee. Ze was gelukkig. En die speldenprikjes? Liefde overwint alles. .