De Kikkerkoning
Er was eens een beeldschoon
prinsesje.
Ze woonde in een prachtig kasteel aan de rand van het
bos.
Het prinsesje zat graag bij de vijver in de kasteeltuin.
Dan speelde ze met haar gouden bal.
Ze gooide de bal zó hoog op dat de zonnestralen de
gouden bal lieten schitteren en glanzen.
Maar op een dag glipte de bal uit
haar handen en stuiterde 'tjoep!' de vijver in. De
prinses kon er niet bij. Ze barstte in snikken uit.
"KWAAAAAAK", hoorde ze opeens. Ze zag een
lelijke dikke kikker.
 |
"Als
ik die bal voor je haal, wat is dan mijn
beloning?"
"Oh alles!" zuchtte de prinses,
"mijn parels, mijn juwelen, mijn
kroontje..."
"Ik wil dat je me een beetje lief vindt. Dat
ik van je bordje mag eten, uit je gouden bekertje
mag drinken en dat ik op je kussentje mag
slapen..."
"Dat beloof ik", zei de prinses.
"Ga je nu de bal halen?"
Maar intussen dacht ze: wie denk je wel dat je
bent, lelijke kikker!
PLONS! De kikker sprong al in de vijver. Even
later kwam hij terug met de bal. De prinses
slaakte een gilletje van blijdschap en rende er
snel mee weg. |
"Hé!
En ik dan? Niet zo snel! Ik kan je niet bijhouden!",
riep de kikker.
Maar de prinses holde gewoon door. Die avond zat de
prinses met de koning en de koningin aan tafel
koninklijke erwtensoep te eten. Hé! Er kwam iets de trap
op: klets klats... klets klats... en: drup, drup, drup.
'Iets' klopte op de deur.
"Wat is dat?", vroeg de koning.
"Oh, het is de kikker maar", zei het prinsesje.
"Kikker?", vroeg de koningin. De prinses
vertelde het hele verhaal.
"En nou wil hij van mijn bordje eten! Brrr! Ik moet
er niet aan denken!"
"Wat je belooft, moet je ook doen", sprak de
koning! "Lakei! Laat de kikker binnenkomen."
Griezelend zag de prinses dat de kikker gezellig van haar
soep mee ging eten. Ze kon geen hap meer door haar keel
krijgen!
"En nu wil ik op je kussentje slapen!", zei de
kikker.
"Nee!", gilde de prinses. "Hou je aan je
belofte!", sprak de koning dreigend.
Zuchtend pakte de prinses de kikker en zette hem op de
grond in haar kamer. Ze lag nog niet in bed of
"tjoeps!", de kikker wipte op het kussen.
"Ga weg, engerd!"
"Ik zeg het tegen je vader hoor!", zei de
kikker.
Toen werd de
prinses razend. Ze pakte de kikker op en smeet hem zo ver
mogelijk weg... Er gebeurde iets wonderbaarlijks. Ineens
zat er niet een groene kikker, maar een knappe prins in
haar kamer.
"Kun je nu wél een beetje lief voor me zijn?",
vroeg hij vriendelijk. Hij vertelde haar, dat hij door
een lelijke heks in een kikker was veranderd, en dat
alleen het prinsesje de betovering kon verbreken. En dat
had ze gedaan, gelukkig. De prinses keek de prins in zijn
mooie groene ogen... en was in één klap dolverliefd. Ze
trouwden op een mooie dag in mei, kregen veel kinderen en
leefden nog lang en gelukkig.
En de gouden bal?
Die werd gepoetst tot de vónken er vanaf vlogen en kreeg
een ereplaatsje in het paleis!
|