Lees hier deel 1
Lees hier
deel 3
Lees hier
deel 4
Lees hier
deel 5
Lees hier
deel 6
Lees hier
deel 7
Lees hier
deel 8
Lees hier deel 9
Deel 2:
Door Marij M. Sloothaak:

's Middags komen ze in een dorpje met een grote fontein op het dorpsplein. Dat komt goed uit, want ze hebben hun voeten nog niet gewassen. En Wolf, de goudvis heeft ook wel zin in een verzetje. Spoedig springt hij als een echte dolfijn door de fontein. Wolf is overigens gek op gedroogde appel. Ze zitten net lekker met hun tenen te wiebelen,
als er een postbode aankomt. "Bent u Kabeljauw Op Zoek Naar Het Nut Van De Wereld?" vraagt hij.

" Hier, een brief". En de postbode slingert zijn been over zijn fiets en rijdt weg.

" Een brief " zegt Kabeljauw, "ik heb nog nooit een brief gekregen." Zenuwachtig maakt hij hem open. Het zijn drie velletjes... en op elk papiertje staat maar één woord. Het Op  het eerste velletje staat:

 Zoek

 op het tweede velletje staat:

naar

 op het derde velletje:

jezelf!

Zoek...naar...jezelf! bromt Kabeljauw. "Wie weet er nou dat ik hier ben" zegt hij. "Wie weet er nou dat ik op zoek ben naar het Nut Van De Wereld ? Hum, onzin," zegt Kabeljauw en hij trekt zijn sokken aan.

"Ik heb trouwens wel eens zin in iets anders dan appeltjes. Een lekker gebraden kipje of zo. Kom je mee, Wolf?"

Maar Wolf heeft nog zin in een rondje zwemmen, dus laten ze hem maar even gaan.

"Daar, bij die boerderij moeten we zijn" zegt Kabeljauw, "daar ruik ik Kip In Het Pannetje." Ze lopen het erf op.
Er stappen wel honderd kippen en een stuk of twaalf jongetjes rond. In de deuropening staat een forse boerin haar handen af te drogen aan een rood-wit geblokt schort.

"Ha, Kabeljauw" zegt ze, "het eten staat klaar".

"Kom" zegt Kabeljauw en hij duwt Kristal naar binnen. "Maar Kabeljauw," stottert ze, "hoe wist de boerin nou dat je zou komen?"

"Weet ik niet" Kabeljauw haalt zijn schouders op. "Maar ik moet zeggen, ik verbaas me nergens meer over. Ik heb honger, daar gaat het om.

"Weet je," mompelt hij evem later met volle mond, "het leven is nog niet zo slecht als je naar Het Nut Van de Wereld zoekt. Dat ik dít niet eerder heb gedaan." Hij veegt het vet met z'n mouw af. "Nog even een dutje in de hooiberg, en dan gaan we zo verder".

 Kristal wordt wakker van Kabeljauw die met een hooisprietje in haar neus kriebelt. "Hatsjie", doet ze. "Is het al zo laat?" "Kom" grinnikt Kabeljauw "we pikken Wolf op, en we gaan." Dan bedanken ze de boerin voor haar gastvrijheid, en geven haar twaalf zonen ieder een gedroogd appeltje.
Op weg naar het dorpsplein struikelen ze over de eerste kat. Het is een dikke rooie kat, met maar drie pootjes. De poes sleept zich doelbewust voort. Onderweg komen ze nog 13 zwarte katten tegen, die, twee aan twee, op weg zijn naar het dorpsplein. Al gauw ziet het zwart van de katten. Witte katten, zwarte katten, rooie katten en andere katten. "Vreemd" zegt Kabeljauw terwijl hij per ongeluk op een kattestaart trapt. "Pas op waar je je voeten neerzet, Kristal", roept hij, terwijl hij met een zakdoekje de bloedende krabben van zijn been afveegt. "Kijk eens" roept Kristal, "kijk eens op het dorpsplein, bij de fontein."

Er staan wel honderd katten bij de fontein. En op de rand van de fontein lopen er minstens 20. En allemaal loeren ze in in het water.  "Honderdtwintig katten!" roept Kabeljauw, "en ze staan te vissen! Ze willen Wolf opeten!"  "Hum" peinst hij terwijl hij achter zijn oor krabt, "als ik er doorheen loop, dan villen ze me levend, dat overleef ik niet. We moeten iets verzinnen.