Lees hier deel 1
Lees hier
deel 2
Lees hier
deel 4
Lees hier
deel 5
Lees hier
deel 6
Lees hier deel 7
Lees hier
deel 8
Lees hier deel 9
Deel 3:
Door Marij Sloothaak

"Wacht even Kristal!" en hij klimt in een grote, eeuwenoude eik. "Ik heb het! Poes, poes, poes, poes, poes," roept hij.
"Poes, poes, poes, poes... hier.... lekkere Kabeljauw. Poes, poes, poes, zalige Kabeljauw, veel lekkerder dan goudvis.

De eerste katten spitsen hun oortjes. "Kabeljauw? Lekkere kabeljauw?" Er komen een paar katten in beweging. En er volgen er meer. Eerst aarzelend, en dan vastberaden stappen ze naar de boom. Al gauw staat er niet één kat meer bij de fontein. Nee, ze staan allemaal rond de oude eik omhoog te loeren, naar Kabeljauw. "Kristal! Red Wolf!", roept kabeljauw, "doe hem in het zakje, en maak dat je wegkomt. Ik zie je wel in het volgende dorp".

"Maar Kabeljauw", zegt Kristal, en jij dan?" .

"Tja, dat is even een probleempje," zegt Kabeljauw, terwijl hij naar beneden, naar de hongerige, bloeddorstige katten kijkt.

Als een kat eenmaal zijn prooi in de gaten heeft, dan laat hij niet meer los. Dat merkt Kabeljauw ook. Hij heeft alles al geprobeerd. Hij heeft ze staan uitschelden: "Stomme rotpoes, riep hij. "Snert kat, ga naar je moeder".

De katten gaan er ècht even voor zitten. Hé, dit wordt leuk! Ze spitsen hun oortjes en poetsen hun snorharen.

"Ik roep de kattenmepper hoor!" roept Kabeljauw.

"Of de dierenambulance!"

Maar de katten geven geen krimp. Dan probeert hij ze te raken met de gedroogde appeltjes.

Hij piest ze zelfs op hun kop.

"Ik moet iets verzinnen.." denkt Kabeljauw,

"zoiets als de kat uit de boom kijken, maar dan andersom. Misschien kan ik straks ontsnappen, als het donker is..."

Maar daar vergist Kabeljauw zich in. Want katten zijn nachtdieren. Dus juist 's nachts voelen ze zich opperbest.

Als het nacht wordt kijkt Kabeljauw naar beneden. Hij kijkt nu in 240 verlichte kattenoogjes.

"Toe nou... Ik smaak niet eens lekker. Ik ben geen kabeljauw, maar een mens. Ik heb jullie voor het lapje gehouden, stelletje lachwekkende lapjeskatten. En Mens lusten jullie niet, echt niet. Het smaakt naar niets. Ga toch liever muizen vangen, doe iets nuttigs."

Dan rekt hij zich geeuwend uit. "Goed dan" zegt hij tegen de katten. "Jullie je zin. Blijf daar maar lekker staan. Maar ìk ga even lekker slapen."

De volgende morgen wordt hij wakker van een dikke regendruppel die in zijn oog spettert.
"Ook dat nog", denkt hij, "begint het ook nog te plenzen." Hij zet de kraag van zijn jas op en kijkt naar beneden.

De katten schudden hun pels, en kijken verstoord naar boven. Dan, één voor één maken ze zich uit de voeten.

"Dat is het natuurlijk!" roept Kabeljauw. "Katten zijn bang voor water. Dat had ik zelf niet beter kunnen bedenken." Kabeljauw laat zich snel naar beneden zakken, en begint te rennen, het dorp uit.

En hij rent zo hard, dat hij binnen een minuut in het volgende dorp is.

 "Ben je daar eindelijk!", Kristal zit op een boomstronk haar lange haren te kammen. "Ik begon me al ongerust te maken! En ik heb ook honger, de appeltjes zijn op."

" Allemaal?" vraagt Kabeljauw.

"Ja, allemaal!" doet Kristal pruilend, "de hele oogst van vorig jaar. Hoe moet ik dat aan mijn tante vertellen."

"Dat is voor later een zorg, er is werk aan de winkel weet je nog?"

"Ach, dat Nut Van De Wereld interesseert me helemaal niet meer" snikt Kristal "Ik wil naar huis. Ik wil in bad en in bed. En ik wil bloemkool eten met saucijsjes, en zelfgemaakte appelmoes. Ik eet zelfs spruitjes als het moet!" Stampvoetend loopt ze rond. "Ik wil niet naar het Nut Van De Wereld, ik wil naar huis!"

"Dat kan wel waar zijn," zegt Kabeljauw, terwijl hij met een stokje tussen zijn tanden peutert. "Maar zó komen we er niet, nergens."

"Dat is waar," Kristal haalt haar neus op en komt naast hem zitten. "Het heeft geen zin om in de put te gaan zitten. Hoewel..." zegt ze opeens;" ken je dat verhaal van de toverput? " "Nee," zegt Kabeljauw. "Moet dat?"

"Het verhaal van die toverput... die boordevol met rijstepap en gehaktballen zit....en met suikerspin en appelbollen? Ken je dat echt niet? " Kristal begint bijna weer te stampvoeten.

"Domoor! Die bestaat echt!"

"Ach kom" Kabeljauw draait zijn rug naar haar toe. Toverput! Meiden! Hij gluurt door zijn oogharen in de verte. Plots verslikt hij zich. "Kristal," zegt hij hoestend: " ik zie een put." "Een waterput. Kom mee."