Lees hier deel 1
Lees hier
deel 2
Lees hier
deel 3
Lees hier
deel 5
Lees hier
deel 6
Lees hier
deel 7
Lees hier
deel 8
Lees hier deel 9
Deel 4:
Door Marij Sloothaak

De put ziet er maar gewoontjes uit. Niks toverput. Er hangt niet eens een emmertje bij. "Mooie boel" zegt Kabeljauw, "daar beneden is water, en misschien zelfs gehaktballen...en suikerspin enzo en we kunnen er niet eens bij. Maar wacht, ik klim wel even naar beneden.
"En míj hier achter laten! Niets daarvan! Ik ga mee!"

En driftig trekt Kristal haar sokken en schoenen uit.

In de put is het donker, glibberig en heel warm. Het is een diepe put. Heel diep. Ze klimmen en klimmen. "Hé Kristal, we moeten ook weer naar boven straks. Weet je het zeker, van die toverput?"

"Hmm" doet Kristal. "Mijn tante vertelt altijd over de toverput. En mijn tante heeft altijd gelijk. Ze weet bijvoorbeeld ook precies wanneer het lente wordt, of herfst of winter. Klopt altijd. Hé, ik voel grond onder mijn voeten! Kom op, springen!"

Met een elegante sprong komt Kristal op de bodem van de put terecht. "Nou, daar zijn we dan" Kabeljauw haalt de spinnewebben uit zijn haar. "Er moet hier ergens een ingang zijn." Hij tast met zijn handen in het rond. Hij voelt muur. Bakstenen. En nog meer muur en bakstenen.

"Zie jij iets?" "Nee, ik zie geen moer!"

"Ik bedoel, voel jij iets, een opening of zoiets.
"Nee" fluistert Kristal. Zo draaien ze een tijdje in het rond in de waterput. Af en toe komen ze elkaar tegen.
"Voel jij al iets?"
"Nee!"
"Mispoes!" zegt Kabeljauw dan.
"Dit is een waterput. Een gewone, uitgedroogde waterput. Meer niet. Hij gaat op de grond zitten. "Jammer, ik had wel zin in gehaktballen!"
Als ze, na een hele tijd uur klimmen, bijna bij de rand van de put zijn, kijken ze in het gezicht van een mevrouw. Ze buigt zich diep in de put. Het is een hele mooie mevrouw, met lang glanzend haar.
"Hallo" zegt ze, "zaten jullie in de put?"
"Ja mevrouw"
"O!" zegt de dame, "leuk! Hebben jullie honger?"
En ze toont ze een grote mand met mooie glanzende appels.
"Ja mevrouw" zegt Kristal.
"Neem er maar eentje" En de beeldschone dame houdt Kristal de mand voor.
"Wat aardig" denkt Kabeljauw.
"Maar toch komt iets mij heel bekend voor......" "Trap er niet in!!!!!!!" roept hij opeens, "dat is de heks uit Sneeuwwitje! Die appels zijn giftig!"
"Nee hoor," de mooie vrouw pakt een appel uit de mand en neemt er een smakelijke grote hap uit. Het sap druipt over haar kin.
"Zie je wel, er gebeurt heus niets!!" roept Kristal. "En ik heb reuze-honger." Ze graait een appel uit de mand en neemt een enorme hap. Prompt valt ze neer.
"Lelijke heks!" roept Kabeljauw, "je hebt haar vermoord!" Maar voordat hij de mooie vrouw kan grijpen, om haar eens flink door elkaar te rammelen, is ze verdwenen. Hij hoort alleen nog hi-hi-hiiiiie!!!!! alsof de feeks wegvliegt op haar bezemsteel.
"Dit is echt te gek!" zegt Kabeljauw."Katten, en een lege waterput, all·. Maar nu komen er ook nog eens sprookjes bij te pas!" "Kristal, wordt wakker, hou op met die onzin!" Maar Kristal hoort niets. Ze slaapt. Kabeljauw loopt al een uur om Kristal heen. Er is geen beweging in te krijgen, ze slaapt als een roos. En ze snurkt als een ouwe dronken zeeman. "Het sprookje van Sneeuwwitje," peinst hij, "hoe liep het sprookje van sneeuwwitje ook weer af. Een vergiftigde appel, dwergen, een glazen kistje..... en wat gebeurt er dan. Ik weet het niet meer. In ieder geval kan ik haar niet zo laten liggen." Hij pakt de plunjezak, wikkelt haar erin, en slingert haar op zijn rug. Als een omgekeerde kangoeroe-baby ligt ze op zijn rug te slapen. Dan hangt hij het zakje met Wolf erin aan zijn riem, en zet er flink de pas in.