Deel
4:
Door Marij Sloothaak De put ziet
er maar gewoontjes uit. Niks toverput. Er hangt niet eens
een emmertje bij. "Mooie boel" zegt Kabeljauw,
"daar beneden is water, en misschien zelfs
gehaktballen...en suikerspin enzo en we kunnen er niet
eens bij. Maar wacht, ik klim wel even naar beneden.
"En míj hier achter laten! Niets daarvan! Ik ga
mee!"
En driftig trekt Kristal haar sokken en schoenen uit.
In de put is het donker, glibberig en heel warm. Het is
een diepe put. Heel diep. Ze klimmen en klimmen.
"Hé Kristal, we moeten ook weer naar boven straks.
Weet je het zeker, van die toverput?"
"Hmm" doet Kristal. "Mijn tante vertelt
altijd over de toverput. En mijn tante heeft altijd
gelijk. Ze weet bijvoorbeeld ook precies wanneer het
lente wordt, of herfst of winter. Klopt altijd. Hé, ik
voel grond onder mijn voeten! Kom op, springen!"
Met een elegante sprong komt Kristal op de bodem van de
put terecht. "Nou, daar zijn we dan" Kabeljauw
haalt de spinnewebben uit zijn haar. "Er moet hier
ergens een ingang zijn." Hij tast met zijn handen in
het rond. Hij voelt muur. Bakstenen. En nog meer muur en
bakstenen.
"Zie jij iets?" "Nee, ik zie geen
moer!"
"Ik bedoel, voel jij iets, een opening of zoiets.
"Nee" fluistert Kristal. Zo draaien ze een
tijdje in het rond in de waterput. Af en toe komen ze
elkaar tegen.
"Voel jij al iets?"
"Nee!"
"Mispoes!" zegt Kabeljauw dan.
"Dit is een waterput. Een gewone, uitgedroogde
waterput. Meer niet. Hij gaat op de grond zitten.
"Jammer, ik had wel zin in gehaktballen!"
Als ze, na een hele tijd uur klimmen, bijna bij de rand
van de put zijn, kijken ze in het gezicht van een
mevrouw. Ze buigt zich diep in de put. Het is een hele
mooie mevrouw, met lang glanzend haar.
"Hallo" zegt ze, "zaten jullie in de
put?"
"Ja mevrouw"
"O!" zegt de dame, "leuk! Hebben jullie
honger?"
En ze toont ze een grote mand met mooie glanzende appels.
"Ja mevrouw" zegt Kristal.
"Neem er maar eentje" En de beeldschone dame
houdt Kristal de mand voor.
"Wat aardig" denkt Kabeljauw.
"Maar toch komt iets mij heel bekend
voor......" "Trap er niet in!!!!!!!" roept
hij opeens, "dat is de heks uit Sneeuwwitje! Die
appels zijn giftig!"
"Nee hoor," de mooie vrouw pakt een appel uit
de mand en neemt er een smakelijke grote hap uit. Het sap
druipt over haar kin.
"Zie je wel, er gebeurt heus niets!!" roept
Kristal. "En ik heb reuze-honger." Ze graait
een appel uit de mand en neemt een enorme hap. Prompt
valt ze neer.
"Lelijke heks!" roept Kabeljauw, "je hebt
haar vermoord!" Maar voordat hij de mooie vrouw kan
grijpen, om haar eens flink door elkaar te rammelen, is
ze verdwenen. Hij hoort alleen nog hi-hi-hiiiiie!!!!!
alsof de feeks wegvliegt op haar bezemsteel.
"Dit is echt te gek!" zegt
Kabeljauw."Katten, en een lege waterput, all·. Maar
nu komen er ook nog eens sprookjes bij te pas!"
"Kristal, wordt wakker, hou op met die onzin!"
Maar Kristal hoort niets. Ze slaapt. Kabeljauw loopt al
een uur om Kristal heen. Er is geen beweging in te
krijgen, ze slaapt als een roos. En ze snurkt als een
ouwe dronken zeeman. "Het sprookje van
Sneeuwwitje," peinst hij, "hoe liep het
sprookje van sneeuwwitje ook weer af. Een vergiftigde
appel, dwergen, een glazen kistje..... en wat gebeurt er
dan. Ik weet het niet meer. In ieder geval kan ik haar
niet zo laten liggen." Hij pakt de plunjezak,
wikkelt haar erin, en slingert haar op zijn rug. Als een
omgekeerde kangoeroe-baby ligt ze op zijn rug te slapen.
Dan hangt hij het zakje met Wolf erin aan zijn riem, en
zet er flink de pas in.
|
|