Deel 7
Door Marij
M. Sloothaak: "Mag ik u een verhaal
vertellen meneer?"
Kabeljauw kijkt op. Naast hem zit een gespikkelde specht.
"Een vogel!" zegt Kabeljauw, "ik hou niet
meer van vogels. Ze kakken me op mijn kop."
"O!"
De specht is beledigd.
"Ik wou u anders een heel mooi verhaal vertellen
hoor. En helemaal niet op uw kop poepen!! Een héééél
mooi verhaal. Ik heb het zelf bedacht!"
"Nou vooruit," zucht Kabeljauw. "Ik hoef
toch nergens naar toe."
"Kent u de uitdrukking 'ten gronde gaan'
meneer?" vraagt de specht beleefd.
"Práát me er niet van, weet je niks leukers?
"
"Nou", zegt de specht "Het gaat over een
mol en een eekhoorn. En het loopt slecht af."
De specht wrijft
in haar pootjes. Dan schraapt ze haar keel:
"Op een dag zegt de mol tegen de ijdele eekhoorn:
"Meneer eekhoorn, men zegt dat u zo'n mooie staart
heeft. Roodbruin zeggen ze. Als de kleur van
herfstbladeren in de zon. Ach, ik zal het nooit kunnen
zien. Zo gauw ik mijn kop boven de aarde heb, wordt ik
verblind door die enorme koperen bal daar aan de hemel,
de zon. Nooit, nee nooit, zal ik ook maar een moment uw
prachtige vacht kunnen zien. Alleen in mijn onderaardse
gangen gaan mij de ogen open. Maar ja, wie wil er nu in
het hol van een mol."
De mol pinkt een traantje weg.
"Maar meneer de mol, piept de eekhoorn. "Zó
mooi ben ik niet hoor. Er zijn dieren die veel mooier
zijn. De pauw bijvoorbeeld."
"Och" zei de mol "praat mij niet van de
pauw. Als ik aan haar kleurenpracht denk, die ik nooit
zal kunnen zien, dan voel ik mij zo eenzaam...."
Luid snikkend nu,
wierp de mol zich ter aarde.
"Maar meneer de mol," zei de eekhoorn, wiens
goede hart ineenkromp bij het zien van zoveel verdriet,
"ík wil wel even in uw gang komen hoor, als ik u
daarmee zo'n plezier doe."
"Echt?" zei de mol en hij recht zijn rug.
"Echt waar? " Hij begon ijverig te graven.
"Ik zal de ingang van mijn hol wat breder maken. Dan
kunt u zichzelf er zó in laten zakken."
En de eekhoorn deed wat van hem wordt gevraagd. Hij kroop
in het hol. Men heeft de eekhoorn nooit meer gezien. Men
fluistert, dat het hol van de mol vol zit met bibberende
dieren. IJdele dieren, die door het gevlei van de mol ten
grónde zijn gegaan. "
"Mooi hè", zegt de specht trots.
"Huhuh," doet kabeljauw. "Ken jij nog meer
verhalen?" vraagt hij plotseling.
|
|