Lees hier deel 1
Lees hier
deel 2
Lees hier
deel 3
Lees hier
deel 4
Lees hier
deel 5
Lees hier deel 6
Lees hier
deel 8
Lees hier deel 9
Deel 7
Door Marij M. Sloothaak:

"Mag ik u een verhaal vertellen meneer?"
Kabeljauw kijkt op. Naast hem zit een gespikkelde specht.
"Een vogel!" zegt Kabeljauw, "ik hou niet meer van vogels. Ze kakken me op mijn kop."
"O!"
De specht is beledigd.
"Ik wou u anders een heel mooi verhaal vertellen hoor. En helemaal niet op uw kop poepen!! Een héééél mooi verhaal. Ik heb het zelf bedacht!"
"Nou vooruit," zucht Kabeljauw. "Ik hoef toch nergens naar toe."
"Kent u de uitdrukking 'ten gronde gaan' meneer?" vraagt de specht beleefd.
"Práát me er niet van, weet je niks leukers? "
"Nou", zegt de specht "Het gaat over een mol en een eekhoorn. En het loopt slecht af."

De specht wrijft in haar pootjes. Dan schraapt ze haar keel:
"Op een dag zegt de mol tegen de ijdele eekhoorn:
"Meneer eekhoorn, men zegt dat u zo'n mooie staart heeft. Roodbruin zeggen ze. Als de kleur van herfstbladeren in de zon. Ach, ik zal het nooit kunnen zien. Zo gauw ik mijn kop boven de aarde heb, wordt ik verblind door die enorme koperen bal daar aan de hemel, de zon. Nooit, nee nooit, zal ik ook maar een moment uw prachtige vacht kunnen zien. Alleen in mijn onderaardse gangen gaan mij de ogen open. Maar ja, wie wil er nu in het hol van een mol."
De mol pinkt een traantje weg.
"Maar meneer de mol, piept de eekhoorn. "Zó mooi ben ik niet hoor. Er zijn dieren die veel mooier zijn. De pauw bijvoorbeeld."
"Och" zei de mol "praat mij niet van de pauw. Als ik aan haar kleurenpracht denk, die ik nooit zal kunnen zien, dan voel ik mij zo eenzaam...."

Luid snikkend nu, wierp de mol zich ter aarde.
"Maar meneer de mol," zei de eekhoorn, wiens goede hart ineenkromp bij het zien van zoveel verdriet, "ík wil wel even in uw gang komen hoor, als ik u daarmee zo'n plezier doe."
"Echt?" zei de mol en hij recht zijn rug. "Echt waar? " Hij begon ijverig te graven. "Ik zal de ingang van mijn hol wat breder maken. Dan kunt u zichzelf er zó in laten zakken."
En de eekhoorn deed wat van hem wordt gevraagd. Hij kroop in het hol. Men heeft de eekhoorn nooit meer gezien. Men fluistert, dat het hol van de mol vol zit met bibberende dieren. IJdele dieren, die door het gevlei van de mol ten grónde zijn gegaan. "
"Mooi hè", zegt de specht trots.
"Huhuh," doet kabeljauw. "Ken jij nog meer verhalen?" vraagt hij plotseling.