|
Lees hier deel 1 |
![]() |
|
Deel 9 Ze zijn echter zó klein, dat ze alleen om zijn grote teen passen. "Het is toch belachelijk," jammert de elf. "En dat pakje, ik barst eruit! Ik loop gewoon voor gek!" "Tja," zegt Kabeljauw. "Weet u, ik denk dat u gewoon geen elf moet zijn. U moet een ander beroep kiezen. Een elf is trouwens ook helemaal niet nuttig. U moet iets nuttigs kiezen een nuttig beroep...uh... waterdrager bijvoorbeeld." "Nou, dat lijkt me nou ècht helemaal niets!" zegt de elf. "Dan ben ik net zo lief elf. Maar... wat... me... wèl leuk lijkt:" -de elf maakt een hupje van plezier- "Stratenmaker! Weet u," zegt ie verlegen, "weet u, weet u, dàt heb ik nou m'n hele leven eigenlijk willen zijn. Stratenmaker! Zo'n ruige, stoere, stratenmaker!" "Een stratenmaker in het bos, " zegt Kabeljauw peinzend. "Nou ja, waarom ook eigenlijk niet. Ik zou zeggen: veel succes! Enne, als ik u was zou ik maar eens beginnen met de schoentjes uit te doen. Dat voelt vast al direct een stuk beter." En verder gaat Kabeljauw. Als hij omkijkt ziet hij de elf zingend zijn schoentjes in de wilgen hangen. "Ik heb iemand een goede raad gegeven, en dat is vast nuttig" denkt hij tevreden. "Nu mijn prins nog." Kabeljauw loopt drie dagen en nachten door. Af en toe plukt hij een appeltje of een peertje van een boom en drinkt hij iets uit een beekje. Een prins vindt hij niet. Wèl ontmoet hij op de vierde dag een figuur dat volledig aan het beeld van een prins voldoet. Het is een prachtig heerschap, met een fluwelen pak aan en een mooie pauwenveer op zijn hoed. Vol ontzag nadert Kabeljauw hem. "Pardon" zegt hij. "Neemt u me niet kwalijk, maar bent u soms prins van beroep?" De man glimlacht vriendelijk, maar zegt niets. Kabeljauw herhaalt zijn vraag. "Weer krijgt hij geen antwoord. Plots steekt de man een spandoek omhoog. STEM KWIJT staat erop. "Stem kwijt" doet Kabeljauw "Tjonge." Hij kijkt zoekend om zich heen. Hij licht een steen op en zegt: "Is dit hem soms?" De man knikt verheugd:" Ja! Ja! Ja!" Hij doet zijn mond open...en de stem glipt er weer in. "Kannonne" zegt hij dan met een hele zware barritonstem. "Is me dat wat. Ik kreeg sowat geen asem meer. U wordt vriendelijk bedankt, meneer. Effe oefenen: LA LA LA LA Láááá. Ik ben bariton, mot u weten, in het buurtkoor. Ik schrok me rot toen ik mijn stem kwijtraakte, dat gebeurt me niet meer. Nou doei hè." En weg was hij. "Hummm" humt Kabeljauw. Jammer. Het leek precies een prins.... |